Real time web analytics, Heat map tracking

Niet alleen de kinderen hebben een grote verandering gehad in hun leven in de afgelopen zes maanden, ook de ouders zijn in een heel nieuwe omgeving terechtgekomen. Ineens de zorg voor een aantal kinderen op je moeten nemen, die je de dag daarvoor nog nooit had ontmoet, valt zeker niet mee. Net zoals de kinderen hebben zij moeten wennen aan hun nieuwe situatie en de omstandigheden en ook zij doen hun uiterste best. De ouders van Tinkerbell delen graag met u hoe zij de laatste paar maanden hebben beleefd, wat hun bezig heeft gehouden en hoe zij zich hebben gevoeld.

Reni en DenesRenate Molnar
In juni 2019 lazen we de advertentie waarin gezocht werd naar “ouders” voor het Tinkerbell-familie-kinderhuis in Sovata. In die tijd werkte ik, Reni, in een bakkerij en mijn man, Denes, was toen werkeloos. We hebben er samen over gesproken en vonden dat we het moesten proberen. We solliciteerden en mensen van Tinkerbell kwamen bij ons thuis om alles verder te bespreken en toe te lichten. Op 6 augustus 2019 hadden we een gesprek met “de Nederlanders”. Op 7 augustus besloten ze ons aan te nemen en op 19 augustus 2019 zijn we al naar Tinkerbell verhuisd. In de daaropvolgende anderhalve maand werd alles opgeruimd en schoongemaakt. Dat was best zwaar omdat wij enkel met z’n tweeën waren, mijn man en ik. Van onze eigen kinderen heeft alleen Feco kunnen meehelpen. Die was toen elf jaar oud. Geza was toen acht en Zsolti vijf jaar. Toen alles eenmaal klaar was, was het wachten op de kinderen. Op 30 september kwam Dora en op 4 oktober de twee jongens, David en Alex.
Er waren moeilijke en mooie dagen. Totdat de kinderen kwamen, gingen we elk weekend terug naar Gyulakuta – in het Roemeens Fântânele, een dorp, ongeveer 35 km van Sovata vandaan – waar wij hadden gewoond. Nadat de kinderen kwamen, gingen we steeds minder vaak, maar als we gingen namen we hen ook steeds mee. We wilden niet volledig loskomen van onze eigen familie en we wilden dat ze de Tinkerbell-kinderen zouden accepteren als onze eigen kinderen. Nu komen onze familieleden ook graag naar ons toe, in Sovata, en de kinderen krijgen dan veel liefde van iedereen. We proberen steeds programma's met de kinderen te organiseren. Denes MolnarZo had ik een echte meidendag samen met Dora, terwijl Denes, mijn man, met de jongens iets leuks ging doen. Iedereen was erg opgewonden met Kerstmis, omdat dit onze eerste kerst met onze uitgebreide familie was. En iedereen kreeg veel cadeaus, ook van onze Nederlandse families. Ze waren heel blij, ik kon dat op hun gezichtjes zien. Sinds wij hier wonen, vierden wij al twee verjaardagen: de twaalfde van Feco voor Kerstmis en de tiende van David op oudejaarsavond.
Zo ging er snel een half jaar voorbij. Wij raakten er langzaamaan aan gewend dat Tinkerbell ons thuis is geworden. Onze kinderen zijn heel blij, ook onze eigen kinderen, ofschoon het best moeilijk voor hen was om hun vorige school en vrienden te verlaten. Geza zegt vaak: "Hier is het veel leuker dan in Gyulakuta." Hij wil niet meer terug. Op 2 februari 2020 kregen we er weer een nieuw kind bij. Carmen, vijftien jaar oud, die in eerste instantie met Eva en Peter was meegegaan naar hun nieuwe huis, kwam ook bij ons wonen. Laten we hopen dat zij er snel bij past, dat zij van onze familie gaat houden en dat zij haar gedrag ten goede verandert.
We doen er alles aan om een goede relatie met onze nieuwe buren op te bouwen. We hebben al gezamenlijk een aantal dingen georganiseerd en hopelijk zullen we samen nog veel meer programma's organiseren. Mijn man en ik proberen op die manier de kinderen een echt thuis te bieden.


Tünde, over hoe ze denkt over Tinkerbell en hoe ze zich daarbij voelt. Tunde Simo
Tijdens mijn jeugd al ontdekte ik dat Nederlanders liefdadig zijn. Het was de periode van het Ceausescu-regime. Het drong toen tot me door dat in Roemenië elke Bijbel door de Nederlanders binnen was gesmokkeld en dat ze ook arme mensen hebben geholpen met medicijnen en voedsel. In die tijd getuigde dat voor mij van enorme dapperheid. Toen ik naar het Tinkerbell Kindertehuis kwam, ontdekte ik dat veel kinderen al veertien, vijftien jaar lang, dankzij de donaties van de Nederlanders, konden opgroeiden en dat nog veel meer nobele taken werden uitgevoerd. Ik wist toen meteen dat ik op een goede plek terecht was gekomen, een plek waar ik zelf ook een bijdrage aan kon gaan leveren. Dit eerste halve jaar is heel snel omgegaan... er gebeurde zó veel dat we het niet eens merkten. Ik vraag me heel vaak af of ik de afgelopen zes maanden wel genoeg heb gedaan.
Mijn familie vroeg in het begin steeds of we al aan de nieuwe plek gewend waren. Nou, wij vertelden hun dan dat wij helemaal niet aan de plek en aan de kinderen hoefden te wennen, sterker nog, het leek alsof we er altijd al zo waren geweest. Het is veel moeilijker om te wennen aan het idee dat de tijd misschien te kort is om al datgene te doen wat nog gedaan moet worden ... want de kinderen moeten toch over een paar jaar, als ze uitvliegen, klaar zijn voor het LEVEN. Zullen de resterende twee, drie, vier jaar daarvoor wel genoeg zijn, ging en gaat nog steeds door ons hoofd. We haasten ons iedere keer weer om meer gedaan te krijgen ... zo is er het hek rond het terrein dat nog steeds ontbrak. Inmiddels hebben we al heel veel gedaan. Elke dag wel iets. Kleine dingen weliswaar, maar wij hopen dat de kinderen daar hun voordeel mee kunnen doen. Zo zijn er de gebruikelijke werkzaamheden in het huishouden, het maken van een vinetta – een spread van aubergine, ui en knoflook, meestal voor op brood -, het maken van de zakuska, en, niet te vergeten, de verzorging van de vele dieren die we nu weer hebben. Elk kind wil wel een dier voederen en verzorgen. De meisjes hebben we strijken geleerd, een handwasje doen, hun eigen ruimte opruimen, hun gereedschap schoonmaken, het bereiden van lichte, eenvoudige maaltijden. We hebben groenten geweckt, zoals tomaten en augurken. Ze hebben geholpen met goulash koken, walnoten hebben we gekraakt. Eigenlijk hoef ik ze nu niet meer steeds te vragen om dit soort dingen te doen. Fijn toch? En met mijn man, Istvan, doen ze ook wel eens doe-het-zelf klusjes. Kortom, er zijn in de afgelopen maanden nieuwe, andere, en misschien wel strengere regels gekomen, maar er is orde en er is discipline. Doen ze het goed, heeft dat plezierige gevolgen; doen ze het slecht, heeft dat andere consequenties – ik gebruik het woord ’straf’ niet graag. Op dit moment mag niemand zijn telefoon gebruiken, en ondanks dat dit een hele erge maatregel is voor de kinderen, respecteren ze dat toch. En ofschoon we ze een dergelijk strenge straf hebben gegeven, gingen ze toch mee om mijn moeder (die een hartinfact kreeg en daarna helaas in coma raakte) in het ziekenhuis te bezoeken. Oftewel, ze stonden samen mét ons op één lijn, ook in kritieke momenten. Mijn stem is ook stiller geworden dan in het begin. Ja, ik geef nog steeds aan als het licht onnodig brandt, als de verwarming weer op maximum staat, en als ze de bus naar school bijna missen... maar misschien zullen ze me daar ééns dankbaar voor zijn.
Over de beloning voor als ze weer eens goed gewerkt hadden, hebben de kinderen het samen met ons gehad: extra uitjes! De kinderen snakken naar het zien van meer, andere plaatsen dan alleen maar binnen Tinkerbell zijn. Ondertussen zijn we al op heel veel nieuwe plaatsen geweest. In de afgelopen maanden hebben we ook werk gemaakt, samen met de andere mensen van de Stichting Pro Sovata, van de lokale verkoop in onze “kringloopwinkel”. Ik had graag wat vaker een marktje georganiseerd, maar ik ben blij dat we met de verkoop van door jullie ingezamelde kleding, speelgoed enzovoort, al meer dan 12.000 lei (ruim 2.500 euro) voor de Stichting hebben verdiend. Als ik er zo over nadenk, hebben we op deze manier toch al een bescheiden bijdrage kunnen leveren aan het verlichten van de kosten die het draaiende houden van de kindertehuis huishoudens nu eenmaal vergen... Veel dingen wil ik nog gaan bereiken hier in Tinkerbell, maar ik realiseer me dat we maar met een beperkt aantal mensen zijn. Een lastig dilemma aangezien ik ook nog eens heel ambitieus ben en het liefst alles tegelijk wil oppakken. Ik weet dat samenwerking méér oplevert. Ik zou willen dat het alweer lente was. Volgend jaar hoop ik hier te kunnen schrijven dat we ons eigen voedsel produceren, minstens voor 50 procent. Terwijl ik dit verhaal aan het schrijven ben, heeft Istvan zijn eerste zelfbereide brood gebakken! Het ruikt verrukkelijk hier in huis ...

Istvan, over zijn gevoelens, de natuur en het milieu.Istvan Simo
Zoals ik het zie, is er in het afgelopen half jaar op alle gebieden veel veranderd. Kinderen beginnen meer te socialiseren, verklikken elkaar minder, helpen elkaar en ons meer en hebben een steeds vertrouwdere relatie met ons opgebouwd. We kunnen nu prima met ze samenwerken. Vaak hoef ik ze niet eens vragen! Ze helpen me allemaal. Natuurlijk is dit niet altijd het geval, maar ik geloof dat ze, in de tijd dat ze hier opgroeien, de goede kant opgaan en straks eerlijke mensen zullen zijn. We hebben veel van de geplande klussen nog niet uitgevoerd en niet alles waaraan we al begonnen zijn, is al klaar. Zo is de afrastering rond het terrein nog niet af en de hokken voor de ganzen en de geiten ook nog niet. De schuur staat nog wel, maar alle krakkemikkige onderdelen moeten gesloopt en vernieuwd worden. We hebben ook een vruchtbaar stuk terrein omgeploegd om het weer te kunnen gaan gebruiken als landbouwgrond. Behalve bij het verzorgen van de dieren en het werken in de kas kunnen de kinderen ook daarbij behulpzaam zijn. Vooral de grotere. Alles gebeurt in goede samenwerking en ik weet dat de kinderen altijd naast me staan. En zeg nou zelf, eigen oogst heeft toch altijd een betere smaak! Als we het voedsel samen produceren, zullen ze het op tafel beter waarderen. De kinderen leren dan ook dat ze voor een betere kwaliteit zelf meer moeten doen. Dit is wat ik ze wil leren ...!
Maar ik weet ook dat ze plezier en ontspanning nodig hebben. Ik denk zelf dan altijd als eerste aan nuttige en educatieve ontspanning, bijvoorbeeld: vissen, wandelen, kruiden verzamelen, paddenstoelen zoeken. Op die manier leren ze wat ze uit de natuur kunnen gebruiken, hoe Moeder Aarde haar kinderen helpt. Ik laat ze kennis maken met paddenstoelen, welke zijn eetbaar en welke absoluut niet, en wanneer en waar je ze kunt vinden. Helaas is het dit jaar nog niet gelukt om te gaan vissen, maar ik ben van plan om hen te leren welke vissoorten er zijn, hoe hun leefwijze is, wat ze eten en hoe je ze het beste kunt vangen. Als ik de liefde voor de natuur en de noodzaak om die te beschermen aan hen doorgeef, geloof ik dat ze er rijker van worden, niet allen zij zelf maar ook de maatschappij waarin we met elkaar leven. Zo verzamelen we ook altijd als we gaan wandelen door de bossen of de weiden het afval dat we tegenkomen, zelfs als het door iemand anders is weggegooid. We gebruiken in Tinkerbell geen plastic flessen meer en we gebruiken manden en stoffen tassen wanneer we boodschappen doen. We kopen het liefst spullen zonder verpakkingsmateriaal, maar als we niet anders kunnen, recyclen we het ook. We bakken thuis samen pizza, we kopen zo min mogelijk chemisch-geconserveerd voedsel, we drinken huisgemaakte siroop in plaats van gekochte frisdrank, en ik let ook dagelijks op wat ik in de lunchpakketten doe die ik voor de kinderen maak. Ik weet dat supermarktaanbiedingen goedkoper zijn, maar ik geef toch altijd de voorkeur aan de appels, peren, verse groenten en aardappelen van de boeren op de lokale markt. Sinds maanden eten wij eieren van de boer, drinken melk van de boer en halen het vlees bij de boer. Maar veel hebben we al van eigen bodem: zo maken we onze eigen augurken in, onze eigen zakuska. En omdat we onze eigen varkens slachten, hebben we ook ons eigen varkensvlees. Ik wil dit alles graag met jullie delen, jullie, die ons ondersteunen. Wij, inwoners van Erdély – hongaars voor Transsylvanië -, staan bekend om onze gastvrijheid. Dus, als jullie in de buurt zijn, zijn jullie heel erg welkom!