Real time web analytics, Heat map tracking

vakantie 1991
Een groepsfoto van de eerste kindervakantie in 1990. Foto: Stichting Roemeense Kinderhulp
Tekst: Keesjan Steverink

De Stichting Roemeense Kinderhulp biedt al voor de twintigste keer kansarme kinderen uit Roemenië een kindervakantie in IJsselstein. Een interview met de initiatiefnemers, Karin en Edwin Mentink, over de stichting, de activiteiten en de verschillen in Roemenië tussen 1990 en 2009. Deze week: Twintig keer kindervakantie voor Roemeense kinderen in Nederland.

Twintig keer kindervakantie in Nederland
“We zijn ontzettend blij dat we er in geslaagd zijn dit jaar weer 44 kinderen een leuke, onvergetelijke vakantie te kunnen geven. Het is een van onze leukste en gezelligste activiteiten die wij als Stichting ondernemen.”

Een mijpaal?
“Uiteraard. Met deze 44 kinderen is het totaal aantal kinderen dat via de Stichting in Nederland is geweest, 836 kinderen. Zou je ze allemaal bij elkaar zetten, dan is dat wel heel erg veel. Daar zijn best een beetje trots op. Dit jaar hebben wij ons er net iets meer op verheugd dan andere jaren om de kinderen in Nederland te ontvangen.”

In 1990 zijn jullie begonnen.
“We hielpen mee met een andere organisatie om kinderen vanuit Berlijn een vakantie in Nederland te geven. Via een Roemeen, die in Nederland woonde, kregen we het verzoek om eens kinderen vanuit Roemenië over te laten komen. Dit was vanaf 1990 voor het eerst mogelijk. We hadden trieste beelden van Roemenië op televisie gezien en wilden graag iets doen. Er was nog geen stichting, het was een eenmalig particulier initiatief.”

Wist je waar je aan begon?
“Zoals met de meeste dingen weet je alleen achteraf wat je allemaal te wachten staat. Soms is dat maar goed ook, omdat je andere wellicht bepaalde zaken niet zo enthousiast zou gaan oppakken.”

Viel het tegen?
“Die eerste keer was een vakantie om nooit meer te vergeten. Wij zouden eigenlijk geen kinderen of begeleiders in huis nemen, omdat we toen nog allebei fulltime werkten. Door toeval verbleven de begeleiders toch drie weken bij ons. We wisten niet wat we er van moesten verwachten, maar het was zo gezellig en we hebben samen zo ontzettend veel gelachen dat we die vakantie niet snel zullen vergeten.”

Wat kreeg je over de situatie in Roemenië mee?
“We hebben vaak verbaasd en ontzet geluisterd naar de trieste verhalen die de begeleiders ons vertelden. De ontberingen en de constante angst voor de geheime politie zijn zaken die wellicht onze grootouders in de tweede wereld oorlog hebben meegemaakt, maar voor ons onvoorstelbaar. Dat in onze zo “moderne” tijd en nog op geen 2000km afstand. Niet alleen voor ons was dat een cultuurshock, voor de begeleiders nog veel meer. Zij kwamen uit een land waar op dat moment absoluut niets was. Alles was op de bon en aan alles was er een tekort. Het was de gewoonste zaak van de wereld om dagelijks een paar uur door de stad te lopen om het eten bij elkaar te zoeken. Nu kwamen ze in een huis met in hun ogen ongelofelijke luxe en overvloed.”

Wat was voor hen dan vreemd?
“Een stofzuiger of een afstandbediening kenden ze niet. Ook een volle ijskast, die in hun ogen vol stond met overheerlijke zaken, was hen vreemd. Na de eerste dag hadden ze bijna de hele inhoud (onze wekelijkse voorraad) opgegeten. Ze schaamden zich ervoor, maar achteraf hebben we er nog vaak om moeten lachen.”

Wanneer zijn jullie zelf een kijkje gaan nemen?
“In 1991 zijn we naar Roemenië geweest en hebben toen de armoede van dichtbij meegemaakt. Het was toen voor ons niet meer dan begrijpelijk, dat zij zich totaal vergrepen aan onze de heerlijke overvloed in onze volle koelkast.”

De kinderen komen nu met de bus. Het eerste jaar ook?
“Het was toen bijna niet mogelijk om door Europa te reizen met de kinderen. Met het vliegtuig konden de kinderen met één visa gemakkelijker naar Nederland komen. Daarna zijn we ze met de bus gaan halen omdat niet alleen de kosten minder waren, maar we konden zo ook veel meer spullen meenemen naar Roemenië, meer dan 20kg per persoon. De bus zakte bij wijze van spreken bijna elke keer weer door zijn vering, doordat de kinderen zoveel van de gastouders meekregen naar huis.”

Was het lastig om de kinderen naar Nederland te krijgen?
“Soms hebben de begeleiders dagen lang (dag en nacht) in Boekarest bij de ambassades moeten wachten in de rij, voordat zij een visa konden bemachtigen. Voor ieder land waar we doorheen kwamen had je een aparte visa nodig en bij elke ambassade kwam je in dezelfde lange rij. Bij de grenzen zelf stonden we ook vele uren in de brandende zon te wachten.

Is dat nu heel anders?
“De bus was dit jaar in vijf minuten over de grens!”

Wat is het grote verschil tussen 1990 en nu?
“Vroeger hadden de mensen wel geld, maar was er niets te koop. Nu kun je in Roemenië bijna alles kopen, maar hebben de mensen geen geld meer. Wat is meer frustrerend? Veel producten zijn in Roemenië bijna net zo duur als in Nederland terwijl de mensen gemiddeld slechts 150 tot 300 euro per maand verdienen. Oudere mensen krijgen soms maar een pensioentje van 50 euro per maand. Je kunt je dan wel een beetje voorstellen hoe moeilijk het leven in Roemenië soms is voor families. De kinderen die nu naar Nederland komen zijn meer gewend om luxe zaken te zien. Bijna iedereen heeft televisie en de kinderen zien nu wat er allemaal te krijgen is in deze wereld. De grote verbazing is er wel een beetje af.”

Is het de kindervakantie dan nog wel nodig?
“De kinderen, die wij selecteren in Roemenië, komen nog steeds uit arme families. Voor hen bestaat het leven uit hun huis, hun straat en de weg naar school. Veel kinderen zijn dan ook nooit eerder buiten het dorp geweest. Voor hen is het hier dus nog steeds een sprookjeswereld. Een simpel dagje naar het strand of een overtocht met de pont over de Lek is al een wereldbelevenis. Wat dat betreft is er in de afgelopen twintig jaar weinig veranderd.”

Kun je niet beter het geld, dat de kindervakantie kost, in Roemenië zelf besteden?
“Die opmerking krijgen we vaker voorgelegd. Als je alleen maar kijkt naar de drie weken vakantie zou je snel tot die conclusie kunnen komen. Echter, de kindervakantie heeft een veel grotere en bredere impact dan die drie weken vakantie in Nederland alleen. Veel van de kinderen hebben nog nooit de mogelijkheid gehad verder dan hun eigen straat te kijken. Ze leven in hun kleine eigen wereld met alle beperkingen die hun armoede met zich meebrengt. De vakantie in Nederland opent de ogen voor een deel van die kinderen. Ze ervaren dat er meer is dan alleen Sovata en dat je als individu hier zelf veel aan kan doen.”

Beseffen de kinderen dat?
“Niet direct, maar wel als ze wat ouder zijn. Door de vakantie worden de kinderen en hun gastgezin gestimuleerd om in contact te blijven met Nederland. Ze zijn eerder bereid een vreemde taal te leren en om na hun lagere school ook een echte studie te gaan volgen. Na twintig jaar kindervakanties komen we steeds vaker in Sovata kinderen tegen die zelf alweer getrouwd zijn en kinderen hebben. Als we hen dan spreken vertellen ze keer op keer hoe belangrijk die ervaring in hun leven was. De meeste hebben zelfs hun dagboeken, foto’s en cadeautjes uit die tijd nog steeds bewaard en ze herinneren zich de warme ontvangst bij de gastfamilies. Zo hebben we dus meer dan eens kunnen vaststellen dat die vakantie de kinderen een ervaring heeft gegeven die hun leven in de positieve sfeer heeft veranderd.”

Was het moeilijk om gastgezinnen en vrijwilligers te vinden?
“Gelukkig is het ons nog steeds gelukt om de benodigde gastgezinnen te vinden. De meeste gastgezinnen doen vaak al vele jaren mee met de actie, omdat het zo ontzettend leuk is om te doen. Elk jaar vallen er door omstandigheden wel een paar gezinnen af of slaan ze een jaartje over. Ook voor die gevallen slagen we er gelukkig nog steeds in om nieuwe gastgezinnen te vinden. In de eerste jaren was er volop aandacht voor Roemenië en was het erg gemakkelijk om gastgezinnen te vinden. Dit jaar was het lastiger dan anders, maar na een oproep in diverse kranten hadden we er zelfs weer te veel. Voor volgend jaar staan de eerste gezinnen al weer genoteerd. We zijn dus zeer blij om vast te stellen dat Roemenië dus nog steeds leeft onder de Nederlandse bevolking.”

 

Onze IJsselstreek
26-8-2009