Real time web analytics, Heat map tracking

090711 - Familiedag  126 

Enkele Roemeense kinderen en de Roemeense begeleiders tijdens de familiedag, die vorige week zaterdag gehouden werd voor de gastgezinnen en de kinderen.

Tekst en foto: Keesjan Steverink

Voor de twintigste keer organiseert de Stichting Roemeense Kinderhulp een kindervakantie voor kansarme kinderen uit Roemenië. De kinderen, uit Sovata en omgeving, logeren bij gastgezinnen in de omgeving IJsselstein, Lopik en Oudewater. Ieder jaar komen nieuwe kinderen naar Nederland en ieder gastgezin vangt twee kinderen tegelijk op. De familie Bosch uit Lopik heeft alle jaren meegedaan als gastgezin en heeft in totaal veertig kinderen te logeren gehad. Hoe hebben zij dit ervaren?

1. Hoe zijn jullie er bijgekomen om in 1990 gastgezin te worden?
“Via een oproep in de krant. Wij woonden toen in een noodwoning en waren al vier jaar bezig om het achterhuis, voormalige koeienstal om te bouwen tot woonhuis. Het leek ons een goed idee om gastgezin te worden, want dan hadden we een stok achter de deur om een einddatum te hebben. We hadden er ook maar één nacht geslapen, toen de meiden Andrea en Simone kwamen.”

2. De eerste keer hadden jullie nog geen ervaring met de opvang van Roemeense kinderen. Hoe ging dat?
“Het waren hele leuke meiden. De huidige kinderen komen uit Transylvanië en spreken Hongaars, de eerste kinderen kwamen uit Cisnadie en spraken Roemeens. We dachten dat we een aantal woordjes kenden, maar toen we ons best deden, stonden ze ons met grote ogen aan te kijken. Door de loop der jaren zijn we er ook wel achter gekomen dat als je het maar iets anders uitspreekt, dat ze het gewoon niet verstaan. Met handen en voeten, kom je toch het verst. De woordenboeken worden maar sporadisch gebruikt. Grappig was wel dat ze echt niets gewend waren. Ik weet nog goed dat ze heel verbaast stonden te kijken toen ik de eerste dag aan het stofzuigen was. Ze wisten niet wat dat was. We hebben een boerderij en zij hebben ook geholpen met koeien melken en het hooi binnenhalen, dat was toch wel erg leuk. Vooral alleen trekker rijden.”

3. Zijn jullie wel vaker gastgezin geweest, bijvoorbeeld voor kinderen van een andere nationaliteit? Zo ja, wat is het verschil met deze kinderen?
“Wij zijn ook gastgezin voor twee jongetjes uit Rotterdam geweest. Ze kwamen bij ons omdat ze anders niet op vakantie konden, maar dat is heel anders. De Roemeense kinderen hebben het veel harder nodig. Ook zijn we de laatste zes winters gastouders voor Bosnische kinderen geweest. De kinderen hadden niet de oorlog meegemaakt, maar waren wel kinderen van ouders die getraumatiseerd zijn door de oorlog. Ze wonen dan ook in kapotgeschoten huizen of in houten schuurtjes . Dit komt veel overeen met de Roemeense kinderen. Geen stromend water of elektriciteit.”

4. De eerste keer dat de kindervakantie werd gehouden was in 1990. Wat zijn de verschillen in de loop van de jaren?
“Toen ze in 1990 kwamen vonden de kinderen alles heerlijk, warm water uit de kraan, lekker douchen, druk op de knop en er is licht en de stofzuiger. Hier hebben ze een eigen kamer en thuis moeten ze met de kamer met het hele gezin delen. Die eigen kamer is favoriet. We hebben wel eens een jaar gehad ze niet beneden waren te krijgen. Een auto en de supermarkt, die helemaal vol lag was, is iets wat ze niet kenden. Later kwam daar ook nog het geld uit de muur bij. Nu vinden ze zulke dingen ook heel gewoon, ze laten in ieder geval niet blijken dat ze het niet kennen.”

5. Hoe reageren jullie eigen kinderen als het weer zomer wordt?
“Er is nooit bezwaar van hun kant gekomen. In het begin was alleen de vraag er wat nemen we, jongens of meisjes? Het is erg leuk omdat het steeds nieuw is en blijft, doordat je steeds andere kinderen krijgt. Het ene jaar klikt het beter dan het andere jaar. De kinderen verwennen blijft altijd leuk. Met iets eenvoudigs zijn ze al tevreden. Een avondje Scheveningen met vuurwerk als afsluiting van de avond, een keertje bowlen of midgetgolf, naar MC Donald, de dierentuin en spelletjes zoals pesten zijn al gauw geleerd.”

6. Veel gastgezinnen gaan zelf ook naar Sovata om de kinderen op te zoeken. Hebben jullie dat ook gedaan?
Wij zijn nog nooit op vakantie geweest, maar ik zou graag al die kinderen wel eens terug willen zien om te kijken wat er van geworden is. Soms krijgen we een mail van iemand die in 2000 is geweest, die weet wel wat van de andere kinderen. Het valt niet om veertig kinderen te blijven schrijven. We kunnen (konden) ook niet weg doordat we een boerderij met koeien en slachtkuikens hadden. Nu is de kuikenschuur omgebouwd voor opslag, want we hebben een metaalbedrijf ernaast gekregen. Wie weet komt het er ooit nog eens van.”

7. Wat zou je zeggen tegen gezinnen die twijfelen of ze ook een keer gastgezin zullen worden?
“Als je de ruimte heb, altijd een keer proberen. Als je het niet geprobeerd hebt, dan weet je niet wat je mist. Alleen al die blije snoetjes na een dag of wat als ze hier zijn, is zoveel waard. Je hoeft niet heel veel bijzondere dingen te doen maar met veel aandacht krijg je veel voor terug.”

8. Wil je verder nog iets toevoegen?
“Alleen nog dat Edwin en Karin Mentink er na zoveel jaren zoiets groots van hebben kunnen maken. Door hun nooit ophoudende talenten en investeringen. Ga zo door! Grote bewondering voor hen